De Verdronkene
Vraag 1
Het boek ‘De verdronkene’ heeft twee motto’s.
1. Het
is alsof de tijd niet meer recht voor ons uitloopt, in een vervagende lijn,
maar als een bochtige draad parallel tussen ons in.
(William
Faulkner, Uit: “Terwijl ik op sterven lag”)
2. Es
bellen die Hunde, es rasseln die Ketten, Die Menschen schlafen in ihren betten
(Wilhelm
Müller/Frans Schubert, Uit: “Winterreise“)
a)
Breng
het eerste motto in verband met het boek:
Het verband is dat het verhaal
zich afspeelt op 2 verschillende tijden. Als Lidy naar Zeeland gaat en Armanda
in Amsterdam blijft, leven ze nog in dezelfde tijd. Daarna wordt het verhaal
van Armanda veel sneller vertelt dan die van Lidy. Wanneer Lidy dood gaat weet
Armanda dat al maar moet dat bij Lidy nog gebeuren.
Lidy leeft dus in de verleden
tijd, daardoor loopt de tijd niet meer als een rechte lijn tussen de twee. De
verhalen gaan echter nog wel over dezelfde ervaringen, daardoor lopen de
verhalen parallel aan elkaar, maar door de verschillen in tijd loopt de draad
bochtig.
b)
Leg
vervolgens een verbinding tussen het tweede motto en het boek:
Het verband tussen dit motto
en het boek is dat de tijdens de waternoodramp in 1953 ’s nachts gebeurde
terwijl de mensen nog gewoon aan het slapen waren. De blaffende honden en de
rammelende kettingen staat voor het water en de levensbedreiging, waar de
mensen niks van weten.
Vraag 2 ‘De
Verdronkene’ is opgebouwd als een klassiek drama in vijf delen. Ook de
klaagliederen waaruit de predikant citeert tijdens de rouwdienst van Lidy,
bestaat uit vijf liederen.
Klaaglied 1: Het bittere
lot van de stad Jeruzalem, rouw om de eenzame, troosteloze en verwoeste stad.
a)
Geef
aan hoe al in deel 1 ‘Het weekenduitstapje’ het bittere lot wordt geschetst dat
zich voltrekt voor Lidy, Armanda en de provincie Zeeland?
Als je het boek begint te
lezen wordt er duidelijk gemaakt dat er een storm opkomst is. In die tijd vertrekt
Lidy naar Zeeland, en onderweg rijdt ze in slecht weer.
Op bladzijde 20 staat: “Een
kwartier nadat ze haar zuster voor het laatst in leven had gezien, liep Armanda
over de markt.”
Hierdoor weet je al dat Lidy
komt te overlijden. Op bladzijde 70 zit Armanda in de bioscoop en ziet beelden
van hoe het in Zeeland is. Ze ziet ondergelopen dorpen, kapotte dijken en boven
het water uitstekende daken. Zeeland wordt totaal verwoest.
b)
In
hoeverre kun je de ontkenning van Armanda dat zij Lidy heeft aangespoord naar
Zeeland te gaan, zien als een vorm van verraad?
Armanda drong Lidy nogal aan.
Op bladzijde 18 is te lezen dat het Armanda was die Lidy had voorgesteld om
naar Zeeland te gaan. Eerst vond Lidy het maar niks, maar uiteindelijk had
Armanda haar overtuigd om toch te gaan.
Vraag 3 Klaaglied 2: Woede, overzicht van
de verwoesting en de kwade reactie hierop.
a)
Hoe
uit zich de wanhoop en rouw om het bittere lot van Lidy bij haar man Sjoerd?
Sjoerd kan
Lidy moeilijk loslaten. Hij wil haar terug en wil er niet vanuit gaan dat Lidy
overleden is. Hij geeft de hoop niet op en blijft zoeken. In het boek wordt ook
gezegd dat hij er slechter uit gaat zien door zijn bleke gezicht en zijn ogen
die hol staan.
b)
Welke reactie herken je bij de visite op de
verjaardag van Armanda’s moeder?
Het is een ontkennende
reactie op het feit dat Lidy dood is. Er wordt gedaan alsof dit een verjaardag
zoals altijd is. Niemand wil het over Lidy hebben en dat ze er niet is wordt
ook niet besproken. Iedereen lacht en vertelt verhalen over de situatie in
Zeeland, maar niet over Lidy.
Vraag 4 Wat een bevrijding zou
moeten zijn, wordt een keurslijf. Als ze samen
trouwfoto’s bekijken, merkt
Armanda’s moeder op dat de opgewektheid haar dochter heeft verlaten.
Waaruit bestaat Amanda’s keurslijf?
De keurslijf van Armanda
bestaat uit het kwijtraken/overlijden van haar zus Lidy. Daardoor had Armanda
het gevoel gekregen alsof ze niet maar zichzelf was, waardoor ze ook het gevoel
kreeg alsof het niet haar bruiloft was. Armanda zag Lidy als haar verleden,
Lidy raakte zoek dus had zij ook het gevoel dat haar eigen verleden verdwenen
was.
Vraag 5 Klaaglied 5: Aanvaarding, afsluitende
smeekbede om herstel; gebed om mededogen.
a)
Interpreteer
het ‘Responsorium’, waarbij je je laat inspireren door enkele regels uit het
motto dat hieraan voorafgaat: “Drijft nu de stroom van mijn gedachten / Door ’t
ledige ruim van mijn geest / Ze ontmoeten geen tegenstand meer.”
Het verwijst naar de laatste
periode van Armanda’s leven waar ze geaccepteerd heeft dat haar leven er uit
ziet zoals het er uit ziet. Ook verwijst het naar de laatste momenten van Lidy
die weet dat ze nooit meer thuis zal komen.
Recensieopdracht
Lees eerst de bijgevoegde recensie goed door.
a)
Hoe
denkt de recensent over het boek “De Verdronkene”?
Hij vindt dat het boek op een
aparte manier is geschreven en verteld, maar wel op een mooie manier.
b)
Met
welke argumenten ondersteunt hij(zij) zijn(haar) standpunt?
“Er hoeft maar dát te
gebeuren, of de grond onder je voeten verandert in een moeras. Vaste grond
bestaat niet.”
c)
Vergelijk
jouw mening met die van de recensent(e).
Noteer verschillen en overeenkomsten.
Ik vind ook dat het boek op
een mooie manier is geschreven, ik moest er in het begin alleen wel inkomen.
Het was niet zo dat ik het in een mum van tijd uitlas. Ook vond ik het eind van
het boek erg langdradig, waardoor het boek mijn aandacht verloor.
Keuzeopdracht
Maak in ieder geval drie van de vier onderstaande opdrachten.
K1 “Alsem en vergif! zolang de ziel dit
gedenkt, buigt ze zich neder in mij!” of “Vaak denk ik aan die bitterheid en
het lijden. Ik zal deze vreselijke jaren nooit meer vergeten: mijn ziel
zal altijd in de diepste droefheid blijven leven.”
Hoe zijn onderstaande thema’s uit de “Klaagliederen” herhaald, bewerkt
en toegesneden op het speciale geval van “De verdronkene”?
a)
Het
bittere lot en de verwoesting
Het bittere lot is het moment
dat Lidy overlijdt doordat er een keuze wordt gemaakt om haar naar Zeeland te
laten gaan. Zij gaat naar een verjaardag, maar eigenlijk gaat ze haar eigen
dood tegemoet.
De overstroming in Zeeland
verwoest een landschap, maar ook verwoest het vele levens. Niet alleen de
levens van degenen die overlijden, maar ook voor de nabestaanden. Bijvoorbeeld
bij de familie van Lidy: Lidy gaat dood en dit heeft grote gevolgen voor haar
familie en het meeste voor haar zus Armanda.
b)
Wanhoop
en rouw
De wanhoop
slaat op het moment dat de familie van Lidy het nieuws hoort over de
overstroming in Zeeland.
De rouw slaat
op het moment dat blijkt dat Lidy waarschijnlijk dood is en dan komt er een
periode van rouw.
c)
Het
verraad met een diep gevoelde schuld en schaamte
Het verraad
met een diep gevoelde schuld slaat op het feit dat Lidy in Armanda’s plaats
naar Zeeland ging. Armanda dacht daarom dat Lidy’s dood haat fout was.
De schaamte
slaat op het feit dat na de dood van Lidy, Armanda ervandoor gaat met de man
van Lidy.
d)
Het
vertrouwen en de aanvaarding
Als in Zeeland de
waternoodramp uitbreekt aanvaard Lidy dat ze waarschijnlijk komt te overlijden.
Daarom gaat ze voor de andere mensen op de zolder zorgen, waardoor zij haar
vertrouwen.
K2
Bedenk vier andere goede titels voor het boek.
Ga daarbij als volgt te werk:
a)
Bedenk
eerst waaraan een goede titel moet voldoen
Een goede titel moet
natuurlijk te maken hebben met het boek. Het de lezers nieuwsgierig maken en ze
aansporen om het boek te gaan lezen.
b)
Noteer
de vier titels
-
Een ander leven
-
De
Waternoodramp
-
De vervangen zus
-
Het lot
c)
Leg
voor elke titel uit waarom die goed bij het boek past
Breng die titels dus steeds in verband met het thema en motieven van
het boek.
-
Een ander leven; als Lidy dood is gaat Armanda het
leven van haar leiden
-
De Waternoodramp; hier gaat het boek over dus
het beschrijft in één keer waar het boek over gaat
-
De vervangen zus; als Lidy dood is gaat Armanda
het leven van haar leiden
-
Het lot; omdat als Lidy naar Zeeland gaat, haar
lot tegemoet rijdt
K3
Ga op zoek naar twee gedichten die goed passen bij het boek.
a) Neem deze gedichten op in je verslag.
waarom
de zekerheid van
baksteen
viel als een
kaartenhuis uiteen
zoals veel
kinderdromen
die nooit zijn
uitgekomen
die nacht -toen de
stormwind beukte
en de dijk het
begaf- half Zeeland verzonk
angst verstikte de
kreet om genade
en zelfs de zolder
bleek geen veilige honk
het water was
sneller dan kind en konijn
wat bleef was in
wanhoop -leed vreselijk pijn-
bad God om een
antwoord maar wist tegelijk
dat niets hier
ooit nog hetzelfde zou zijn
De kracht van het
water
Onmisbaar voor
mens
en natuur.
Water werkt helend
bron van genezing
die het lichaam
ontlaadt.
Werkt ook
vernietigend
met onmiskenbare
kracht.
Heeft door
natuurrampen,
verwoesting,
dood en verderf
gebracht.
b)
Zeg
in eigen woorden wat er in de gedichten staat.
Waarom:
In het gedicht is de
waternoodramp omschreven, het beschrijft hoe alles in een klap voorbij kan
zijn. Het gedicht beschrijft de angst en wanhoop. Dat het bijna onmogelijk is
om er tegen te vechten en dat door deze gebeurtenis niets meer hetzelfde zou
zijn als daarvoor.
De kracht
van het water:
Het gedicht gaat over het
positieve en negatieve van water. Dat de kracht van water zo sterk is dat het
onmisbaar is voor de mens maar ook dodelijk kan zijn.
c)
Noteer
zeker vijf overeenkomsten tussen het gedicht en het boek.
Waarom:
De angst die Armanda had toen
haar zus zoek raakte, de dromen van Lidy zijn uit elkaar gevallen, Armanda’s
leven zal nooit meer hetzelfde zijn zonder Lidy, Armanda haar leven viel ook
als een kaarten huis uiteen toen haar zus zoek raakte en er bleef wanhoop
achter in Armanda’s leven.
De kracht
van het water:
De verwoesting van vele levens
door water, de vernietigende werking van water, de onmiskenbare kracht van
water waardoor ook de levens van Lidy en Armanda verwoest zijn, de dood en
verderf die het water gebracht heeft tijdens de waternoodramp en voordelen en
de nadelen van water.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten